1770. Het kwam vaker voor dat mensen niet konden lezen en schrijven. Huybertus en zijn tweede vrouw Marie hoorden daar niet bij.
vrijdag 30 november 2012
De Dienst...
Ook de vader van Johanna Maria van der Burgt, vrouw van Laurentius, is opgeroepen voor de nationale militie. Lichting 1887 was dat. Johannes liet echter iemand anders de kastanjes voor hem uit het vuur halen.
donderdag 29 november 2012
Den Rooden Loop
Tsja, het is nu zeker. Twee van Gansewinckels en de vrouw van een van Gansewinckel sneuvelden in 1779 aan den Rooden Loop.
Godefridus (gedoopt op 03‑05‑1757 te Mierlo, overleden op 02‑11‑1779 te Mierlo, begraven op 03‑11‑1779 te Mierlo).
Zijn moeder Johanna Meussen (Jenneke) van Laerhoven (gedoopt op 17‑01‑1720 te Mierlo, overleden op 15‑10‑1779 te Mierlo, begraven op 16‑10‑1779 te Mierlo)
Henricus, overleden op 18-10-1779 te Mierlo, begraven op 19-10-1779 te Mierlo. Niet duidelijk is welke Henricus van Gansewinckel dit is. Wordt vervolgd.
Niet geluisterd naar de Eindhovense kwakzalver of dokter Blankaart zeker?
De Dienst...
In elk geval één van Gansewinkel heeft rondgelopen in het
blauwe uniform van de lichte infanterie in het Grote Leger (Grande Armée) van
Napoleon. Het gaat om Willebrordus, een kleinzoon van Jacobus (wiens vader
Hubertus Aerts was), en zoon van Hendricus van Gansewinkel.
Willebrordus is in
dienst getreden rond oktober 1811. Hij tekende toen een contract bij notaris de
Wit in Eindhoven dat hij Gerardus Baselmans zou vervangen voor de Franse
dienstplicht (hij was een zg remplaçant). Die Gerardus Baselmans moet een rijk
man zijn geweest, want zo’n vervanging kostte maar liefst 1600 guldens. Indien
Willebrordus zou sneuvelen zou het geld worden overgemaakt aan zijn vader,
Hendrikus van Gansewinkel.
Leven in de Grande
Armee was een regelrechte ramp. De kans op sneuvelen als gevolg van vijandelijk
vuur was aanmerkelijk kleiner dan de kans te sterven door kou, uitputting,
zelfmoord en ziekten. Raakte men gewond, dan was men zeker niet beter af:
amputeren gebeurde zonder verdoving en wondinfecties waren eerder regel dan
uitzondering.
We hebben geen idee van het lot van Willebrordus. Hij werd ingelijfd bij het 33e regiment, 5e bataljon,
4e compagnie lichte infanterie. Vast staat dat hij vanaf 1814 niets
meer van zich heeft laten horen. In januari 1821 werd door de rechtbank in
Eindhoven dan ook bepaald dat hij moest zijn overleden.
Aan de hand van de lotgevallen van andere leden van het 33e
is de gang van dat regiment ongeveer vast te stellen. Eind april 1812 zat het
regiment in Bromberg, Polen. Een maand later was het regiment verder getrokken
naar Stetin, met als doel Moskou. We weten dat het regiment heeft deelgenomen aan
de veldslagen bij Krasnyi (eind 1812, tijdens de terugtocht van Napoleon in de
buurt van Smolensk) en betrokken was bij het beleg van Hamburg in 1813. Het
regiment stond vanaf 1810 onder bevel van kolonel Henry-Jean Baptiste Marguerye,
vanaf 1813 van kolonel Pierre Le Baillif.
lichte infanterie, 33e regiment, zoals het eruit moet hebben gezien
bronnen:
- J. van Gils. Vermiste Noordbrabanders, die dienden in de legers van Napoleon. Brab Leeuw jrg. 38, afl. l
- G. Fremont- Barnes. The encyclopedia of French Revolutionary and Napoleonic Wars, vol 3. ABC Clio, Oxford, 2006
- http://www.napoleon-series.org/military/organization/c_lightinf4.html
- J. Schoffelen. Stamboon van Gansewinkel. http://www.everyoneweb.com/stambomen/
woensdag 28 november 2012
De Hoeve
Een nieuwe rubriek. "De Hoeve" zal handelen over de geschiedenis van Hoeve Ghenswinckel/Gheijnswinckel/Gansewinkel. De naam van onze familie stamt, zoals de meeste Ganzen al wel weten, van deze middeleeuwse hoeve in de (destijds) Vrije Heerlijckheid Myerle. Nu heet dat Mierlo.
In juli 1757 sterft 'juffrouw' Maria Elisabet Costerius, op dat moment de eigenaresse van hoeve Gansewinkel, in Weert. De gemeente taxeert de hoeve en bijbehorende gebouwen in die tijd op 250 gulden.
In juli 1757 sterft 'juffrouw' Maria Elisabet Costerius, op dat moment de eigenaresse van hoeve Gansewinkel, in Weert. De gemeente taxeert de hoeve en bijbehorende gebouwen in die tijd op 250 gulden.
De tekst in deze akte:
"Eerstelijk de hoeve genaemt Gansewinkel, gestaen en gelegen alhier bij het Goor, bestaende in het huijs, hoff, schuur, etc, met het aengelag, groot omtrent 35 roeden, d'een seijde de erfgenaam van de overledene en dander seijde de Gemeente, na behoorlijk ondersoek bevonden waerdig te sijn en getaxeert op tweehonderd en vijftig gulden, dus f250-0-0."
Een Bossche roede (de roede is een oppervlakte- en lengtemaat die van plaats tot plaats verschilde) is 33,1 vierkante meter, het perceel waarom het ging zou dus 1158,5 vierkante meter groot zijn geweest, ervan uitgaande dat in deze streken de Bossche roede gangbaar was. Onbekend is of er in 1757 nog een van Gansewinkel werkzaam was op de hoeve.
Waarvan akte...
Trouwen was en is geen sinecure. Vroeger moest er een heleboel worden gecheckt. In de 18e eeuw kwam het vaker voor dat er geen geboortedatum van een bruid of bruidegom bekend was, en dat leverde een heleboel gedoe op (vooral voor de genealogisch onderzoeker, maar dat geheel terzijde). Soms bestonden de huwelijkse bijlagen uit een aantal documenten. Omdat de registratie van geboorte, doop, trouwen en overlijden in de eeuwen sterk is toegenomen namen ook de huwelijkse bijlagen in omvang af. Die huwelijkse bijlagen hebben lang bestaan uit verklaringen van getuigen dat bruid- en bruidegom zijn wie ze zeggen dat ze zijn, verklaringen van het dorpsbestuur dat er geen bezwaren zijn geuit tegen een voorgenomen huwelijk, verklaringen dat voldaan is aan de militie-plicht en uittreksels uit geboortereregisters. Bureaucratie is dus niet een 21ste eeuwse mode-gril. En wat kost dat dan allemaal? Doe mar ne gulde, dès zat.
School en werk
Eerder op dit blog was een diploma van Laurentius te zien. Aan zo'n vakopleiding ging natuurlijk wel het één en ander vooraf. Een basisschool bijvoorbeeld. En wel in de Mortel. Waarschijnlijk was dat het dichtst bij voor de kinderen uit het gezin van Augustinus en Johanna Maria, die toen na hun vertrek uit Lieshout op de Groeskuijlen zijn gaan wonen.
De foto zal uit het begin van de 20e eeuw stammen, een exacte datum is niet te lezen op het schoolbordje wat door de leerling op de onderste rij wordt vastgehouden. En wie van deze jongeheren en -dames is nu Laurentius? Ik zou zeggen de vijfde gast van links aan de reling...
Het toeval wil dat Wilhelmina van de den Broek, de moeder van Sjaan van Ganzewinkel-van Doren, in dezelfde klas zat als Laurentius. Ook zij moet op deze foto staan.
Het toeval wil dat Wilhelmina van de den Broek, de moeder van Sjaan van Ganzewinkel-van Doren, in dezelfde klas zat als Laurentius. Ook zij moet op deze foto staan.
dinsdag 27 november 2012
Waarvan akte...
Detail uit het Cijnsboek Mierlo 1646-1697, waarin de namen zijn te herkennen van Aert Hendrick Arts (boven, onze oudst bekende stamvader), ene Aleidt (weduwe met kinderen) en Henrick Aerts (die zich als eerste uit ons geslacht Gansewinckel ging noemen).
maandag 26 november 2012
Camera Obscura
Onze Joris wordt zaterdag waarschijnlijk kampioen. Met de C1 van ELI Lieshout. Ze moeten tegen Blauw-Geel Veghel, de nummer laatst, troosteloos onderaan bungelend met 0 punten. Moet kunnen. In 1948 voetbalde spap, Jan van Ganzewinkel, ok al. Ok in de C. Op de Berglaren, 't auw terrein van VV Gimmert.
1948. Kampioenselftal
Gemert C junioren seizoen ’47-’48
Staand vlnr:
Jan de Jong, Martien
Beekmans, Toon van Schijndel, Tony Simons, Nol Maas, Henk van Bussel, Gerrit
van Schijndel, Harry van Kessel.
Midden:
Jan van Ganzewinkel,
Willy Nelissen, Jan van de Spek
Knielend vlnr:
Jan Vogels, Wim van Schijndel, Jan van de Velden.
zondag 25 november 2012
Calendier
Zaterdag 25-11-1939. Feest in Gimmert. Gerardus Egidius wordt geboren. Ons beter bekend als Gerrit, animator van Ganzendag.
Het is op deze zaterdag in 1939 mistig en koud, maar droog. Een potteke Dampo, nuttig bij dit weer, kost 50ct. Europa verkeerd in de greep van de kwade bedoelingen van Nazi-Duitsland. De Italiaanse Koning-Keizer Vittorio Emanuelle III wordt 70 jaar. De strip-van-de-dag in de krant:
zaterdag 24 november 2012
Waarvan akte...
Ach, al struinend door de archieven van de Mormonen in Utah (klikkerdeklik) kom je nog eens wat tegen. Een tweede verjaardag, dus. Hoewel, doopdag is beter. Nu is het zo dat nej kientjes vruger op de dag van geboorte meestal ook werden gedoopt. Hoe dan ook: een doopakte uit 1705. Op 24 november van dat jaar, toevallig ook een zaterdag, wordt Maria geboren, dochter van Hubertus Aerts en Hildegundis Peter Jacobs Smits.
Een broer van Hubertus, Johannes Arts, is getuige van de blijde gebeurtenis.
'T zò zomar kenne...
7 maart 1748. De winter was sinds mensenheugenis niet zo
koud geweest. Ook gister, op 6 maart, was het ijskoud. En vannacht was het zelfs weer
een beetje gaan sneeuwen. Maar dat was niet het ergste. Wel heel vervelend was de
bode die om één uur op de deur van Jacobus Losecaat, schout van Mierlo, had
staan bonsen. En dat was niet de eerste keer in de afgelopen maanden. Ook dit
keer had de bode weer een brief bij van Heer Gijsbert Gualthieri, de nurkse
stadhouder van Peelland. De brief was duidelijk. Weer moesten een paar
plaatselijke boeren hun paarden en karren aan de Oostenrijkse infanterie
afstaan. Er moesten 2660 bossen stro naar Erp worden gebracht. En vroeg ook.
Dus waren de schepenen voor dag en dauw door de verse laag sneeuw de Mierlose hoeven
en plaggenhutten langs gegaan om iedere boer die in het rijke bezit was van een
paard én iets wat moest doorgaan voor kar te monsteren. Die boeren vonden dat
meestal niet heel erg, want ze werden goed beloond.
Kobus van Ganzewinkel werd wakker van het gebons op de
eikenhouten deur. Grommend kwam hij overeind en stommelde naar de deur.
Vloekend, toen hij zich in het aardedonker stootte aan de grote ketel, waarin
de restjes aardappel van gisteravond wachtten om als ontbijt te worden
opgewarmd. Hij schoof de grendel van de deur en herkende de schepen, die niet
voor het eerst aan zijn deur stond.
“Kobus, kunde gij bij ‘t urste daglicht stro goan laaien
bij Peeter Maessen en dè noa ‘t magazèn in Errup brenge?”
Kobus knikte, nog half slaapdronken, deed de deur weer
dicht en schoof de grendel in het slot. Hij trok zijn vuile werkkleren en half
ingescheurde klompen aan, werkte vlug wat koude erpels naar binnen en liep naar
stal. Zijn trots, een prachtige zwartbruine hengst, kwam Kobus al tegemoet en
vlot spande Kobus het paard voor de zwaar beschadigde kar. Het was slechts een
korte wandeling naar de plaggenhut van Peeter, die al druk bezig was de bossen
stro klaar te leggen.
“Mèrrege Kobus”
“Mèrrege Peeter”
“Wor moette hinne?”
“Errup”
“Dès een heul end, Kobus, dôr bende den hullen dag mi
kwait”.
'T zotter zo oit kenne hebbe gezien, nie?
Zwijgend begonnen de twee boeren de kar vol te laden en
al gauw verschenen de eerste zweetdruppels op hun knarren, ondanks de ijzige
kou. Nadat het karwei was geklaard zette Kobus koers naar de Sint Agathakapel,
want daar was de verzamelplaats. Dirk was er al, Adriaen en Willem kwamen van
de andere kant. In totaal 6 karren vol stro. Het was nu al aardig licht
geworden en de stoet zette zich in beweging over de bevroren paden, eigenlijk
niet meer dan karrensporen. Snel ging het niet, maar Kobus was net als de
anderen niet van plan zich op de bok te nestelen, want je werd daar geweldig
door elkaar geschud. Via Stiphout en Lieshout bereikte de stoet de kruising bij
de Sint Peters Capelle, waarna het richting Boerdonck ging. Halfweg tussen
Boerdonck en Erp werd de Goorloop overgestoken over een uiterst gammel
bruggetje en wat verderop herhaalde het tafereel zich bij de oversteek van de
Aa. Erp was in zicht en vlak voor de dorpsgrenzen, waar de Oostenrijkers hun kampement hadden ingericht kon het uitladen van het stro beginnen.
De stadhouder z'n brief is werkelijkheid, (Ja)cobus heeft echt een kar stro moeten vervoeren, geladen bij Peeter Maessen. In Erp lag een magazijn van de Oostenrijkse troepen.
Abonneren op:
Posts (Atom)